Uitspraak: College verklaart klacht over integriteit van accountant ongegrond

Deze uitspraak gaat over de integriteit van de accountant. Betrokkene is enig bestuurder van naam 4. Een voormalig dochtervennootschap van appellante, naam 5, heeft naam 4 als bemiddelaar aangetrokken voor de verkoop van sub-licenties voor de teelt van lelies en een hoeveelheid bloembollen aan naam 7 (hierna: de transactie).

Naam 3 werd op 25 november 2016 de nieuwe directeur van naam 5. Hij heeft op 7 april 2017 zijn onvrede geuit over de transactie. Volgens naam 3 had de conceptovereenkomst nooit tot een definitieve overeenkomst mogen leiden, omdat geen enkel bevoegd persoon goedkeuring heeft gegeven aan de conceptovereenkomst.

Appellante heeft naam 4 gevraagd het geschil voor te leggen aan het Scheidsgerecht voor de Bloembollensector. Naam 4 heeft dit geweigerd. Vervolgens heeft appellante een onderzoeksbureau ingeschakeld. Op 26 september 2019 heeft het onderzoeksbureau een definitief rapport uitgebracht, na een gesprek tussen naam 4 en het bureau en een reactie van naam 4, waarin wordt geconcludeerd dat de transactie niet rechtsgeldig en ook niet integer tot stand is gekomen en dat naam 4 schadeplichtig is.

De uitspraak van de Accountantskamer

De klacht houdt in dat betrokkene volgens appellante in strijd heeft gehandeld met de voor hem geldende gedrags- en beroepsregels. Appellante baseert haart klacht op de volgende verwijten:

  • betrokkene heeft niet integer gehandeld door in het geschil over de transactie feiten te verdraaien, onjuiste stellingen in te nemen en te proberen het onderzoeksbureau te misleiden;
  • betrokkene heeft ten onrechte geweigerd het geschil voor te leggen aan het scheidsgerecht.

De Accountantskamer heeft de klacht ongegrond verklaard.

De beoordeling van het geschil in hoger beroep

Klachtonderdeel 1

Het College ziet in dit geval geen grond voor het oordeel dat betrokkene in zijn schriftelijke reacties feiten heeft verdraaid, onjuiste stellingen heeft ingenomen, dan wel heeft geprobeerd om het onderzoeksbureau te misleiden. Dat partijen verschillen van inzicht over de rechtsgeldigheid van de transactie en appellante een andere lezing van de feiten heeft, is onvoldoende om aan te nemen dat betrokkene niet integer geeft gehandeld. Het eerste klachtonderdeel is ongegrond.

Klachtonderdeel 2

Verder is het College van oordeel dat betrokkene in dit geval niet verplicht was het geschil aan het scheidsgerecht voor te leggen, omdat een dergelijke verplichting niet voortvloeit uit het handelsreglement. Ook het tweede klachtonderdeel is ongegrond.

De beslissing

Het College verklaart het hoger beroep ongegrond.

Lees hier de hele uitspraak.

Zorgplicht Advocaten

Heeft u als klant, stakeholder of derde een klacht of schade geleden als gevolg van een fout van een accountant, neem dan contact met ons op voor vrijblijvend gesprek. De advocaten van Zorgplicht Advocaten hebben jarenlange ervaring met het adviseren over de zorgplicht van een accountant of boekhouder. Tevens hebben onze advocaten ervaring met het voeren van een klachtprocedure bij de Accountantskamer of het voeren van een procedure bij de civiele rechter.

Joost Papeveld

Wij staan voor u klaar

  • Tegen (financiële) dienstverleners
  • 10+ jaar ervaring
  • Eerlijk en transparant
Neem contact op Laat ons u bellen
Rob Silvertand

Wij helpen u graag

  • Tegen (financiële) dienstverleners
  • 10+ jaar ervaring
  • Eerlijk en transparant