Uitspraak: Frauderende accountant krijgt maatregel van schorsing opgelegd

Betrokkene was van 20 augustus 1990 tot 11 november 2015 als registeraccountant ingeschreven in het register. Betrokkene is directeur-grootaandeelhouder van Holding B.V. De Holding maakt deel uit van een groep van acht vennootschappen waaronder Kozijnen B.V. en Exploitatie B.V. Betrokkene is 55% aandeelhouder van Kozijnen B.V., waarvan de activiteiten bestaan uit de productie en verkoop van kunststof kozijnen en deuren. Daarnaast is hij 100% aandeelhouder van Exploitatie B.V.

Naar aanleiding van geconstateerde verschillen tussen de aangegeven omzet op een aangifte vennootschapsbelasting en een aangifte omzetbelasting van Exploitatie B.V. heeft de Belastingdienst op 3 juni 2014 een boekenonderzoek ingesteld. De bevindingen van het boekenonderzoek hebben geresulteerd in een op 22 april 2015 gestart strafrechtelijk onderzoek tegen betrokkene inzake Kozijnen B.V. en Exploitatie B.V.

In dit strafrechtelijk onderzoek heeft betrokkene, toen hij als verdachte werd gehoord verschillende strafbare feiten bekend.

Bij vonnis van 20 februari 2017 heeft de rechtbank bewezen verklaard dat betrokkene namens Kozijnen B.V. en/of Exploitatie B.V. opzettelijk geen aangifte omzetbelasting heeft gedaan, onjuiste aangiften omzetbelasting heeft gedaan, geen aangifte loonbelasting heeft gedaan, een vervalste kilometeradministratie aan de belastingdienst beschikbaar heeft gesteld en dat hij een valse factuur heeft opgemaakt en als echt en onvervalst heeft gebruikt. Betrokkene is daarvoor veroordeeld tot een gevangenisstraf van twaalf maanden, waarvan drie maanden voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaar. Betrokkene is in hoger beroep gegaan.

De klacht

Betrokkene heeft volgens klager gehandeld in strijd met het belang van een goede uitoefening van het accountantsberoep. De handelingen van betrokkene zijn volgens klager niet alleen te betitelen als een inbreuk op de rechtsorde, maar ook als strijdig met de beroepsethiek. Deze klacht is gebaseerd op de verwijten dat betrokkene:

  • in de periode van 1 oktober 2012 tot en met 31 april 2015 opzettelijk onjuiste/onvolledige aangiften omzetbelasting heeft ingediend namens Kozijnen B.V.;
  • in de periode van 1 april 2014 tot en met 1 oktober 2014 opzettelijk geen aangiften omzetbelasting namens Kozijnen B.V. heeft gedaan;
  • in de periode van 1 januari 2013 tot en met 31 december 2014 valse loonstroken en jaaropgaven heeft opgemaakt of laten opmaken op briefpapier voorzien van het logo en opschrift van Kozijnen B.V met het oogmerk deze als echt en onvervalst te kunnen (laten) gebruiken;
  • in de periode van 1 januari 2013 tot en met 31 januari 2014 opzettelijk een onjuiste administratie van Kozijnen B.V. heeft gevoerd;
  • in de periode van 7 februari 2011 tot en met 28 juli 2014 opzettelijk onjuiste aangiften heeft gedaan van Exploitatie B.V.;
  • in de periode van 7 februari 2011 tot en met 28 juli 2014 een valse autokilometeradministratie heeft opgemaakt ten behoeve van een ingestelde belastingcontrole bij Exploitatie B.V. en daarvan gebruik heeft gemaakt;
  • in de periode van 7 februari 2011 tot en met 28 juli 2014 aan de Belastingdienst bescheiden en administratie van Exploitatie B.V. in valse vorm ter raadpleging ter beschikking heeft gesteld;
  • in de periode van 1 oktober 2012 tot en met 31 maart 2013 een valse factuur van Kunststof Kozijnen B.V. gericht aan Kozijnen B.V. ten bedrage van € 78.650 heeft opgemaakt met het oogmerk deze factuur als echt en onvervalst te (kunnen) gebruiken om de verschuldigde belasting van Kozijnen B.V. te kunnen verlagen.

De beoordeling

Omdat de verwijten van klaagster betrekking hebben op in de accountantspraktijk gebruikelijke fiscale en administratieve werkzaamheden die betrokkene met toepassing van zijn vakkennis heeft verricht, betreft de klacht naar het oordeel van de Accountantskamer uitoefening van zijn beroep als accountant. Klaagster wordt ontvankelijk verklaard in haar klacht. Op de zitting heeft betrokkene betwist zich schuldig te hebben gemaakt aan de hem verweten gedragingen. Zijn raadsman heeft daarbij aangevoerd dat betrokkene de in het klaagschrift aangehaalde verklaringen onder druk van derden heeft afgelegd en dat hij deze verklaringen intrekt. Betrokkene heeft deze betwisting alleen in het belang van het hoger beroep niet verder toegelicht. Door het niet verder toelichten kan de Accountantskamer niet anders dan concluderen dat betrokkene, mede in het licht van de door klaagster overgelegde bewijsmiddelen, onvoldoende gemotiveerd heeft betwist dat hij zich schuldig heeft gemaakt aan de hem verweten gedragingen.

Het handelen van betrokkene moet worden gekwalificeerd als strijdig met de fundamentele beginselen van integriteit, professioneel gedrag en vakbekwaamheid en zorgvuldigheid. De klacht wordt dan ook gegrond verklaard. De Accountantskamer vindt het handelen van betrokkene dermate ernstig dat de maatregel van doorhaling voor de periode van 10 jaar op zijn plaats wordt geacht.

Lees hier de hele uitspraak.

Zorgplicht Advocaten

Heeft u een geschil met uw accountant over de vraag of hij/zij de benodigde vakbekwaamheid, zorgvuldigheid en deskundigheid in acht heeft genomen bij de uitvoering van zijn/haar werkzaamheden? Heeft uw accountant uw opdrachten niet naar behoren uitgevoerd? En heeft u als gevolg daarvan schade geleden? Neem dan contact op met een van de gespecialiseerde advocaten van Zorgplicht Advocaten.

Monique Ebben

Wij staan voor u klaar

  • Tegen (financiële) dienstverleners
  • 10+ jaar ervaring
  • Eerlijk en transparant
Neem contact op Laat ons u bellen
Rob Silvertand

Wij helpen u graag

  • Tegen (financiële) dienstverleners
  • 10+ jaar ervaring
  • Eerlijk en transparant