Uitspraak: Klaagster stelt dat haar advocaat haar niet heeft gewezen op gefinancierde rechtsbijstand

Klaagster is verwikkeld in een arbeidsrechtelijk geschil met haar werkgever en heeft daarom contact opgenomen met verweerder. Verweerder heeft daarna contact opgenomen met de rechtsbijstandsverzekeraar van klaagster. De rechtsbijstandsverzekeraar heeft aangegeven de kosten voor 6.000 euro te dekken, eventuele meerkosten komen voor eigen rekening van klaagster. Een kopie van dit bericht is naar klaagster gestuurd.

Vanaf april 2017 heeft verweerder klaagster bijgestaan. De kosten van verweerder vielen onder de dekking van maximaal 6.000 euro. Op 26 september 2017 heeft verweerder een factuur van 5.386,92 euro en een urenspecificatie aan klaagster gestuurd.

Op 2 mei 2018 heeft verweerder opnieuw een urenspecificatie naar klaagster gestuurd. Hij vermeldt daarbij dat de kosten op dat moment op 6.632,50 euro staan. Verweerder waarschuwt klaagster dat dit boven het door de rechtsverzekeraar gedekte kosten zit.

Op 15 mei 2018 heeft verweerder klaagster er – kort gezegd – per e-mail nogmaals op gewezen dat zij de kosten boven de gestelde grens van haar rechtsbijstandsverzekeraar zelf dient te voldaan en gevraagd hoe zij de zaak wenst te vervolgen. Daarbij heeft verweerder klaagster geadviseerd om te proberen er samen met de wederpartij uit te komen via een beëindigingsovereenkomst.

Op 29 januari 2019 heeft verweerder een einddeclaratie naar klaagster gestuurd van € 2.020,10 inclusief btw en kosten. Op 28 maart 2019 heeft klaagster bij de deken een klacht over verweerder ingediend.

De klacht

Klaagster verwijt verweerder het volgende:

  • Verweerder heeft de mogelijkheid van gefinancierde rechtsbijstand niet met klaagster besproken tijdens het kennismakingsgesprek;
  • Verweerder heeft zelfstandig bepaald dat klaagster niet in aanmerking komt voor gefinancierde rechtsbijstand en heeft geen aanvraag gedaan bij de Raad voor Rechtsbijstand;
  • Verweerder heeft geen (verder) onderzoek ingesteld naar de mogelijkheid van gefinancierde rechtsbijstand doordat klaagster aangaf te beschikken over een rechtsbijstandsverzekering;
  • Verweerder heeft in de opdrachtbevestiging gesteld dat klaagster mondeling afstand heeft gedaan van de mogelijkheid van gefinancierde rechtsbijstand, terwijl dit financiële punt niet besproken is tijdens het kennismakingsgesprek;
  • Verweerder heeft geen tussentijdse opgave gedaan van de door hem bestede uren die hij aan de rechtsbijstandsverzekeraar van klaagster had gedeclareerd;
  • Verweerder heeft op 29 januari 2019 een einddeclaratie bij klaagster in rekening gebracht van extra door hem bestede uren, terwijl haar rechtsbijstandsverzekeraar de kosten van verweerder inmiddels tot een bedrag van 6.000 euro aan verweerder had vergoed;
  • Verweerder heeft klaagster niet geïnformeerd dat het maximumbedrag van 6.000 euro van de rechtsbijstandsverzekering was verbruikt;
  • Verweerder heeft geen onderzoek ingesteld naar de mogelijkheid van gefinancierde rechtsbijstand toen het maximumbedrag van 6.000 euro van de rechtsbijstandsverzekering was verbruikt.

De beoordeling

De voorzitter ziet aanleiding het eerste, tweede, derde, vierde en achtste klachtonderdeel gezamenlijk te behandelen. De voorzitter constateert dat in de, door klaagster voor akkoord getekende, opdrachtbevestiging is opgenomen dat verweerder met klaagster heeft gesproken over de mogelijkheid van gefinancierde rechtsbijstand en dat klaagster daarvoor niet in aanmerking komt en mondeling afstand heeft gedaan van het recht op gefinancierde rechtsbijstand. Ook is in de opdrachtbevestiging opgenomen dat de rechtsbijstandsverzekeraar de kosten tot een bedrag van 6.000 euro inclusief btw en kosten zal vergoeden en dat het meerdere aan kosten voor rekening van klaagster komt. Deze klachtonderdelen zijn kennelijk ongegrond.

Het vijfde klachtonderdeel gaat erover dat de verweerder volgens klaagster geen tussentijdse opgaven heeft gedaan. Uit de stukken blijkt het tegen tegendeel. Verweerder heeft meerdere malen een urenspecificatie naar klaagster gestuurd.

Ook het zesde en zevende klachtonderdelen zijn kennelijk ongegrond. Deze klachtonderdelen gaan over de einddeclaratie. In de opdrachtbevestiging is duidelijk gemaakt dat de kosten die boven de 6.000 euro uitkomen voor rekening van klaagster zijn. Op 2 mei 2018 had het klaagster redelijkerwijs duidelijk moeten en kunnen zijn dat de dekkingslimiet van 6.000 euro was verbruikt en dat verdere kosten voor haar rekening kwamen. Het in dit verband door klaagster ingenomen standpunt dat zij het niet eens is met de urenspecificatie die bij de einddeclaratie is gevoegd, is door klaagster in het geheel niet feitelijk onderbouwd. Los daarvan is het de voorzitter op basis van die urenspecificatie niet gebleken dat verweerder excessief heeft gedeclareerd. Ook deze klachten zijn kennelijk ongegrond.

De voorzitter verklaart de klacht in alle onderdelen kennelijk ongegrond.

Lees hier de hele uitspraak.

Zorgplicht Advocaten

Heeft u als klant, stakeholder of derde een klacht of schade geleden als gevolg van een fout van een advocaat, neem dan contact met ons op voor vrijblijvend gesprek. De advocaten van Zorgplicht Advocaten hebben jarenlange ervaring met het adviseren over de zorgplicht van een advocaat. Tevens hebben onze advocaten ervaring met het voeren van een klachtprocedure bij de tuchtrechter of het voeren van een procedure bij de civiele rechter.

Joost Papeveld

Wij staan voor u klaar

  • Tegen (financiële) dienstverleners
  • 10+ jaar ervaring
  • Eerlijk en transparant
Neem contact op Laat ons u bellen
Monique Ebben

Wij helpen u graag

  • Tegen (financiële) dienstverleners
  • 10+ jaar ervaring
  • Eerlijk en transparant