Uitspraak: Klacht tegen accountant over excessief declareren ongegrond verklaard

De accountant heeft vanaf juli 2012 tot maart 2016 accountancywerkzaamheden voor het notariskantoor van appellante verricht.

De opdracht van de accountant was om de jaarrekening 2010 opnieuw op te stellen en te onderzoeken waarom een lening aan de partner van appellante in die jaarrekening was opgevoerd door de voormalig accountant van appellante. In het najaar van 2012 heeft de accountant daarover een rapportage van bevindingen afgerond.

Vervolgens heeft de accountant van appellante de opdracht gekregen de gehele administratie van het boekjaar 2011 opnieuw in te voeren.

De accountant was daarnaast door appellante ingeschakeld voor de vaktechnische onderbouwing van haar standpunten op het gebied van boekhouding en accountantswerkzaamheden in de civiele procedure tegen haar voormalig accountant. Op 30 april 2013 heeft de accountant een beoordelingsverklaring afgegeven inzake de jaarrekening 2012 van het notariskantoor van appellante.

Omdat appellante de werkzaamheden van de accountant niet meer kon betalen, zijn appellante en de accountant een overeenkomst van geldlening aangegaan op grond waarvan de accountant appellante het bedrag van € 94.879,14 heeft geleend en appellante zich heeft Grondslag van het geschil verbonden om maandelijks (minimaal) € 3.000 af te lossen.

De accountant heeft voor het reconstrueren van de jaarrekening 2010 € 23.962,50 ex., voor het aanpassen van de jaarrekening 2011 € 36.975 ex. en voor het opstellen van de jaarrekening 2012 € 12.562 ex. in rekening gebracht. Met het opstellen van de jaarrekening 2013 waren volgens de door de accountant verstrekte urenspecificatie 22 uur gemoeid.

Uitspraak van de Accountantskamer

De accountant wordt verweten een absurd hoog aantal uren te hebben besteed aan zijn werkzaamheden.

De Accountantskamer heeft dat klachtonderdeel gedeeltelijk niet-ontvankelijk verklaard voor zover dit klachtonderdeel ziet op de facturen van de accountant tot en met oktober 2013 en voor het overige ongegrond verklaard. Naar het oordeel van de Accountantskamer maakte de enkele omstandigheid dat de accountant niet voor een dergelijke werkwijze heeft gekozen niet dat hij tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld. Appellante had niet nader toegelicht waaruit blijkt dat de accountant de op zijn facturen gespecificeerde (handmatig uitgevoerde) werkzaamheden onnodig te langzaam heeft uitgevoerd.

Beoordeling van het geschil in hoger beroep

Het College gaat voorbij aan de eerste grief van appellante, dat de Accountantskamer de verjaringstermijn onjuist heeft toegepast. Voldoende is dat bij de klager op grond van de door hem geconstateerde feiten redelijkerwijs een vermoeden kon ontstaan dat de accountant van zijn handelen of nalaten een tuchtrechtelijk verwijt kan worden gemaakt. Klager hoeft niet volledig op de hoogte te zijn van de exacte regelgeving omtrent dit tuchtrechtelijk verwijt.

Met haar tweede grief komt appellante op tegen het oordeel van de accountantskamer dat zij niet aannemelijk heeft gemaakt dat de accountant excessief heeft gedeclareerd en in zoverre tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld. Appellante betwist dat de accountant de tijd op kantoor uitsluitend heeft besteed aan de het voeren van de administratie en verwijst daartoe naar de verklaringen van drie van haar medewerkers die zij in hoger beroep heeft overgelegd.

Het College laat zwaar meewegen dat appellante ter zitting heeft verklaard geen concrete aanwijzingen te hebben dat de gedeclareerde uren niet besteed zouden zijn aan werkzaamheden ten behoeve van haar kantoor. Voor zover appellante hiervan in hoger beroep heeft willen terugkomen, onder verwijzing naar de verklaringen van drie van haar medewerkers, kan haar dit niet baten. Uit deze verklaringen blijkt met name dat de situatie in de laatste vijf maanden verslechterde, dat de accountant rookte en dat de accountant ook privé-telefoongesprekken voerde. Het College ziet in deze vrij algemene verklaringen geen concreet bewijs voor de stelling dat de accountant zijn gedeclareerde uren niet zou hebben besteed aan werkzaamheden voor appellante.

Ook het verwijt dat de accountant excessief heeft gedeclareerd faalt. Appellante heeft enkel globale overzichten overlegd, waaruit niet direct blijkt dat excessief is gedeclareerd. Daarnaast wijst appellant op opgave van de gebruikelijke kosten van de accountancy-werkzaamheden voor een notariskantoor. De accountant heeft aangegeven dat hij bepaalde boekingen en rapportages niet geautomatiseerd kon genereren, maar handmatig heeft moeten uitvoeren en dat de financiële administratie van het kantoor van appellante erg bewerkelijk was. Gelet op dat verweer is het college van oordeel dat appellante ook in hoger beroep onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat de accountant een tuchtrechtelijk verwijt treft.

Lees hier de hele uitspraak.

Zorgplicht Advocaten

Heeft u als klant, stakeholder of derde een klacht of schade geleden als gevolg van een fout van een accountant, neem dan contact met ons op voor vrijblijvend gesprek. De advocaten van Zorgplicht Advocaten hebben jarenlange ervaring met het adviseren over de zorgplicht van een accountant of boekhouder. Tevens hebben onze advocaten ervaring met het voeren van een klachtprocedure bij de Accountantskamer of het voeren van een procedure bij de civiele rechter.

Jip van Vlokhoven

Wij staan voor u klaar

  • Tegen (financiële) dienstverleners
  • 10+ jaar ervaring
  • Eerlijk en transparant
Neem contact op Laat ons u bellen
Rob Silvertand

Wij helpen u graag

  • Tegen (financiële) dienstverleners
  • 10+ jaar ervaring
  • Eerlijk en transparant