integer handelen makelaar

In deze uitspraak werd beklaagde verweten dat hij niet integer en onafhankelijk had gehandeld bij de verkoop van een bedrijfsperceel. Beklaagde was makelaar en is thans werkzaam als projectontwikkelaar. De zoon en schoondochter van klagers waren geïnteresseerd in een bouwrijp bedrijfsperceel (hierna: het object). Zij hebben hun interesse getoond en een optie verkregen op het object tot 15 februari 2017. De zoon en schoondochter van klagers kregen echter hun financiering niet rond.

Klagers zijn vervolgens bijgesprongen. Op 13 februari 2017 melden zoon en schoondochter dat klagers de kavel willen kopen. Op 23 februari 2017 ontvingen klagers via hun schoondochter een conceptkoopakte. Als een van de verkopende partijen stond in dit concept vermeld J B.V. In de koopovereenkomst is opgenomen dat de koopprijs van de kavel € 275.000 bedraagt en dat levering uiterlijk 15 maart 2017 plaatsvindt.

In de periode daarna wordt tussen partijen verder gesproken, onder meer over de invulling van de (rechts)persoon die als koper zou optreden. Op 15 maart 2017 hebben Klagers aan de Makelaar kenbaar gemaakt van de aankoop van het Object te moeten afzien om financiële redenen in samenhang met gewijzigde regelgeving.

De klacht

In hun klacht verwijten klagers de makelaar het volgende:

  • Beklaagde heeft hen nooit verteld dat hij als makelaar voor zichzelf werkte, waardoor er sprake was van belangenverstrengeling.
  • De makelaar is naar de rechter gegaan zonder in te gaan op de uitgebreide gemotiveerde betwisting van klagers van de door de makelaar gestelde aankoop: de makelaar heeft de plicht om een koop schriftelijk te bevestigen. Hier volgt naar mening van klagers uit dat de makelaar niet integer en onafhankelijk heeft gehandeld.
  • De makelaar heeft door zijn handelswijze zich niet ingespannen om het conflict tussen klagers en beklaagde te de-escaleren, minnelijk op te lossen. Daarmee heeft de makelaar klagers alleen maar op veel kosten gejaagd.

De beoordeling

In deze zaak hebben klagers naar oordeel van het tuchtcollege onvoldoende onderbouwd dat de makelaar niet tijdig kenbaar heeft gemaakt dat hij met betrekking tot dit object de (mede)grondeigenaar/projectontwikkelaar was. Het tuchtcollege stelt vast dat die hoedanigheid in elk geval voor klagers kenbaar was op het moment dat het eerste concept van de koopovereenkomst werd gepresenteerd. Dit heeft bij klagers op dat moment geen enkele opmerking uitgelokt. Het College ziet dan ook geen reden om aan te nemen dat de betreffende mededeling niet dan wel niet tijdig door de makelaar is gedaan. Het eerste klachtonderdeel is ongegrond.

Ook het tweede klachtonderdeel is ongegrond. Het is een fundamenteel recht van een mede-eigenaar-verkoper die een geschil heeft met een potentiële koper over de bindende kracht van een mondeling akkoord, dit geschil aan rechter voor te kunnen leggen. Daarnaast stond de makelaar in een sterke positie; voor bedrijfsmatig onroerend goed geldt immers dat een mondeling akkoord over de essentialia, met name de prijs en het object, partijen bindt.

Het derde klachtonderdeel bouwt voort op het eerste en tweede klachtonderdeel. Nu deze ongegrond zijn bevonden kan ook dit klachtonderdeel niet slagen.

De beslissing

Het tuchtcollege verklaard de klacht ongegrond.

Lees hier de hele uitspraak.

Zorgplicht Advocaten

Heeft u als klant, stakeholder of derde een klacht of schade geleden als gevolg van een fout van een makelaar, neem dan contact met ons op voor vrijblijvend gesprek. De advocaten van Zorgplicht Advocaten hebben jarenlange ervaring met het adviseren over de zorgplicht van de makelaar. Tevens hebben onze advocaten ervaring met het voeren van een klachtprocedure bij de tuchtrechter of het voeren van een procedure bij de civiele rechter.

Wij staan voor u klaar

  • Tegen (financiële) dienstverleners
  • 10+ jaar ervaring
  • Eerlijk en transparant
Laat ons u helpen Laat ons u bellen

Wij helpen u graag

  • Tegen (financiële) dienstverleners
  • 10+ jaar ervaring
  • Eerlijk en transparant