Uitspraak: Ruziënde advocaten zijn het niet eens over kosten van derdengeldenrekening

Klager en verweerder hebben van april 2011 tot november 2018 samen een advocatenpraktijk gevoerd in de vorm van een kostenmaatschap. In april 2011 is een Stichting Derdengelden opgericht ten behoeve van hun advocatenkantoor. Vanaf november 2018 hebben partijen hun samenwerkingsverband beëindigd en hebben ieder zelfstandig hun praktijk voortgezet. Partijen hebben om hun moverende redenen de Stichting met de derdengeldenrekening tot op heden aangehouden.

De klacht

Klager verwijt verweerder dat hij:

  • in zijn hoedanigheid van bestuurder van de Stichting eenzijdig en zonder overleg met de medebestuurder/klager en in strijd met daarover gemaakte afspraken ervoor te zorgen dat de Rabobank de (bank)kosten voor de derdengeldenrekening vanaf 1 april 2019 zal inhouden op het saldo van de derdengeldenrekening;
  • zich in strijd met Regel 7 onnodig grievend over klager jegens de deken uit te laten door de deken mee te delen dat de naam van klager beladen is geraakt in zijn vestigingsplaats, terwijl juist het tegenovergestelde het geval is.

Het verweer

Verweerder betwist dat hij de instructie aan Rabobank heeft gegeven om de bankkosten van de derdengeldenrekening af te schrijven. Omdat de relatie met klager begin 2019 ernstig was verzuurd, heeft hij toen aan de Rabobank de opdracht gegeven om eventuele maatschapskosten niet langer meer van zijn zakelijke kantoorrekening af te schrijven. Die instructie heeft hij gegeven in zijn hoedanigheid van advocaat en bestuurder van zijn eigen kantoor. Hierdoor had de medewerker van de Rabobank niet de plicht om tevens toestemming te vragen van klager in zijn hoedanigheid van medebestuurder. Geheel op eigen initiatief heeft de Rabobank daarna kosten van de derdengeldenrekening van die rekening afgeschreven. Dat daarover met klager afspraken zouden zijn gemaakt, wordt door verweerder betwist. Volgens verweerder heeft hij verder slechts gemeld dat de naam van klager beladen zou zijn zoals hij dat had gehoord

De beoordeling

Klachtonderdeel 1 De juistheid van het verwijt dat verweerder in zijn hoedanigheid van bestuurder van de Stichting instructie aan de Rabobank zou hebben gegeven voor afboeking van kosten van de derdengeldenrekening is, tegenover de gemotiveerde betwisting daarvan door verweerder, niet komen vast te staan, zo overweegt de raad. Voor zover verweerder al een instructie heeft gegeven om de kosten van de derdengeldenrekening weer van die rekening af te schrijven, wat door verweerder ten stelligste is betwist, dan had de Rabobank beide bestuurders van de Stichting daarvoor om toestemming moeten vragen. Dat is door de Rabobank niet gedaan, waardoor de Rabobank ten onrechte kosten van de derdengeldenrekening van de Stichting heeft afgeschreven. Het eerste klachtonderdeel wordt ongegrond verklaard.

Klachtonderdeel 2 Naar het oordeel van de raad heeft verweerder de gewraakte uitlating over klager gedaan en mocht hij dat doen in het kader van het verweer bij de deken wat hem, gelet op toen inmiddels ernstig verstoorde verhoudingen tussen partijen, tuchtrechtelijk niet kan worden aangerekend. Ook het tweede klachtonderdeel is ongegrond.

De klacht wordt ongegrond verklaard.

Lees hier de hele uitspraak.

Zorgplicht Advocaten

Heeft u als klant, stakeholder of derde een klacht of schade geleden als gevolg van een fout van een advocaat, neem dan contact met ons op voor vrijblijvend gesprek. De advocaten van Zorgplicht Advocaten hebben jarenlange ervaring met het adviseren over de zorgplicht van een advocaat. Tevens hebben onze advocaten ervaring met het voeren van een klachtprocedure bij de tuchtrechter of het voeren van een procedure bij de civiele rechter.

Jamiro van de Wiel

Wij staan voor u klaar

  • Tegen (financiële) dienstverleners
  • 10+ jaar ervaring
  • Eerlijk en transparant
Neem contact op Laat ons u bellen
Monique Ebben

Wij helpen u graag

  • Tegen (financiële) dienstverleners
  • 10+ jaar ervaring
  • Eerlijk en transparant